|
|
|
Werpen Werpen met één hand1 Bovenhandse strekworp De
bal wordt naar schuin achter het hoofd gebracht (voorbij het oor) naar de
werpschouder. De voeten staan in schredenstand, de benen zijn licht gebogen.
Rechtshandige linker been voor en omgekeerd voor linkshandige. Bij het
werpen verplaatst men het lichaamsgewicht van het achterste naar het voorste
been. Door
het draaien van de heupen krijgen we een draaiing in de schouder naar voren. De
arm komt in beweging in de werprichting en wordt gestrekt. Waarna de pols
omklapt en de bal via de vingers de hand verlaat, en hier een duw krijgt met het
laatste contact van de vingers. Afbeelding:
Foutenanalyse:
Bovenhandse
slingerworp De
bovenhandse slingerworp wordt vooral toegepast als de tegenstander groter is dan
de speler of men wil een boogbal gooien. Men
staat in een niet te grote schredenstand, linkervoet voor. De knieën zijn
gebogen. Men staat dwars op de werprichting. De bal wordt gevangen en in één
cirkelbeweging met gestrekte arm van onder naar achter het lichaam en vervolgens
tot boven het hoofd gebracht en even voorbij het hoofd los gelaten, juist nadat
het hoogste punt is bereikt. Tijdens het lange balcontact wordt de
handelingssnelheid opgevoerd om de bal de gewenste snelheid mee te geven. Afbeelding:
Foutenanalyse:
Werpen met twee handen2 Borstpas De
bal wordt met beide handen vóór de borst vastgehouden (zie techniek
“vasthouden van de bal”).De voeten staan in kleine schrede stand,het
bovenlichaam licht voorover gebogen en knieën licht gebogen. Het
lichaamsgewicht rust op het achterste been. Terwijl het lichaamsgewicht wordt
overgebracht op het voorste been, worden gelijktijdig de armen gestrekt. Om
extra kracht te kunnen zetten zet het achterste been eventueel een stap naar
voor. De bal wordt losgelaten net voor de armen volledig gestrekt zijn. Door een
rotatie in de polsen, waarbij de handpalmen naar buiten worden gedraaid, krijgt
de bal nog extra snelheid. De vingers zijn daarbij gestrekt en licht gespreid. Afbeelding:
Foutenanalyse:
Botspas Meestal
is de romp in de uitgangshouding iets verder voorover gebogen.Het enige andere
verschil met de borstpas is dat de bal niet in een horizontale baan wordt
geworpen, maar een dalende richting krijgt, waardoor deze eerst tegen de grond
zal kaatsen, voor hij verder gaat. De bal moet de grond op circa tweederde van
de afstand tot de vanger raken. Niet het midden als uitgangspunt nemen, want dan
ontvangt de vanger de bal niet op het hoogste punt en is het resultaat een te
langzame bal. Foutenanalyse:
|