|
| |
Shot
uit stand
Voor het shot uit
stand werd het verloop in twee delen gesplitst. Deel A, een initiële
beschrijving, zoals bij de vorige technieken. En deel B, een gedetailleerde
beschrijving.
Bij het aanleren van het shot aan de leerlingen moet de leerkracht uiteraard
niet tot in de kleinste details perfectie verwachten, maar hij moet wel weten
hoe een 100% correct shot eruit ziet. Bovendien
stelt het de lesgever in staat van een vergaande differentiatie toe te passen
voor leerlingen die de techniek al zeer goed beheersen.
Uitgangshouding
 | De voeten staan in
lichte spreid/schredestand.
|
 | De bal wordt met
beide handen ter hoogte van de hals gehouden.
|
 | De duimen wijzen
naar elkaar in een hoek van 90° - 120°.
|
 | De vingers wijzen
richting korf.
|
 | De armen zijn
gebogen, de ellebogen hangen ontspannen naast elkaar.
|
 | De speler kijkt over
de bal naar de korf.
|
A.
Verloop
 | De knieën en de
heup worden iets verder gebogen.
|
 | De armen worden iets
verder gebogen, de bal wordt dichter tegen het lichaam gehouden.
|
 | De armen strekken
zich explosief, de bal wordt langs de neus omhoog geduwd.
|
 | Tegelijk met de
strekking van de armen strekken knieën en heup zich explosief.
|
 | Op het einde van de
strekbeweging wordt de bal gelost, er wordt een polsslag aan de bal
meegegeven.
|
 | Armen en vingers
wijzen het shot na.
|
B.
Verloop
 | De stootkracht en
versnelling wordt opgebouwd vertrekkend vanuit de onderste ledematen over de
romp, waar, door een statische aanspanning van de buik- en rugmusculatuur de
versnelling wordt doorgegeven aan de armen, die de laatste component
inbouwen.
|
 | Bij het inzetten van
de beweging veert het lichaam verder door in de knieën en de heupen.
|
 | Door een verdere
buiging van de ellebogen en een lichte deviatie van de pols richting pink,
wordt de bal dichter bij het lichaam gebracht ter hoogte van de hals.
|
 | Het uitstrekken van
de armen gaat gepaard met een binnenwaarts draaien van de schouders en een
deviatie van de pols naar de duim.
|
 | De bal wordt kort
langs de neus omhoog geduwd.
|
 | Op het einde van de
strekbeweging wordt er aan de bal een backspin meegegeven door het naar
buiten afrollen van de vingers (van pink naar wijsvinger). De polsslag geeft
een versnelling aan de bal.
|
 | Het shot wordt
ondersteund door een lichte opsprong. We landen op dezelfde plaats.
|
Foutenanalyse:
 | Er wordt teveel op
het voorste been gesteund, met een te plat shot als gevolg.
|
 | De duimen worden
evenwijdig gehouden met de vingers.
|
 | De bal wordt enkel
met de vingertoppen vastgehouden.
|
 | De bal wordt te laag
gebracht alvorens tot shot te komen.
|
 | De strekking van
armen en benen is niet explosief.
|
 | De armen strekken
zich recht naar de korf, hierdoor is het shot te plat en wordt het niet
ondersteund door de opsprong.
|
 | Er wordt geen
backspin aan de bal gegeven.
|
 | Eén van de twee
armen duwt harder dan de andere, het shot mist de juiste richting.
|
 | De speler spring
voorwaarts of achterwaarts na het shot.
|
 | De speler is niet in
balans na het shot. |
Afbeelding:
|