|
|
|
In de zomer van 1902 maakt de Amsterdamse onderwijzer
Nico Broekhuysen in Zweden kennis met het gymnastische spel ringboll, dat hem
erg aanspreekt. In 1920 werd korfbal gedemonstreerd tijdens de
Olympische Spelen in Antwerpen en in 1928 mocht dit herhaald worden te
Amsterdam. Tot Olympische Sport heeft korfbal het (nog) niet gebracht, wel werd
in 1993 Olympische erkenning een feit waardoor korfbal 'lid werd van de
Olympische familie'. De aanvankelijke paalhoogte van 3,00 meter wordt in
1906 op 3,50 meter gebracht en er wordt gepleit voor ijzeren korfbalpalen ”die
geschroefd kunnen worden op een in de grond gedreven buis, waardoor de tot dan
in gebruik zijnde kruisvoeten onder de (houten) palen overbodig worden. Tot op
de dag van vandaag wordt er nagedacht over spelregelwijzigingen. Zo werd korfbal
aanvankelijk gespeeld in drie vakken, met korven in de twee eindvakken. Na
heftige discussies verdween met ingang van het seizoen 1991-1992 het middenvak.
Voor bepaalde doelgroepen komen we nu zelfs één-vaks korfbal tegen. Korfbal is van oorsprong een buitensport op
natuurgras. Met de introductie van sporthallen is hierin een wijziging gekomen
en vanaf het seizoen 1966 - 1967 werd een volwaardige zaalkorfbal kompetitie
ingevoerd. Dit product -ontworpen door Prof. Dr. Ir. J. Mazure- is in
populariteit het veldkorfbal voorbij gestreefd. De jaarlijkse zaalfinale is de
kroon op het zaalseizoen. Uit Nico Broekhuysen’s gedurfde initiatief om een
gemengd spel te introduceren is een volwaardige sport ontstaan die verbreid is
over alle continenten. Mannen en vrouwen beoefenen korfbal met groot
enthousiasme en hebben gelijke rechten. Het gemengde karakter leidt tot een
bijzondere sfeer.
Bron : Site Belgische korfbalbond. Site korfbalclub Vos Reinaert. |