|
| |
Doorloopbal
Beginhouding:
 | De speler loopt aan
richting korf
|
 | De armen zijn licht
gebogen en reiken uit naar de bal
|
Verloop:
 | De speler vangt de
bal in zweeffase
|
 | Er mogen nu nog twee
vlotte passen gezet worden: de eerste pas is iets groter om af te remmen, de
laatste, kleinere pas is de afstoot.
|
 | De armen zwaaien
opwaarts.
|
 | Het lichaam wordt
volledig gestrekt, enkel het zwaaibeen hangt in een hoek van +/- 90°.
|
 | De bal wordt op het
hoogste punt gelost.
|
Foutenanalyse:
 | De speler zet een
stap teveel (loopfout).
|
 | De speler zet een
stap te weinig, de beweging opwaartse beweging wordt ongecontroleerd.
|
 | De bal wordt niet
lang genoeg begeleid.
|
 | De laatste pas is te
groot waardoor de opwaartse beweging te beperkt is.
|
Afbeelding:

|